Categoriearchief: Kids

Indiase linzensoep

Toen ik deze soep aan het maken was van de week kreeg ik de volgende opmerkingen van mijn engeltjes:

Kind 1: ‘Wát eten we? Linzensoep? Nou, ik niet!’
Kind 2: ‘Ik wil geen soep.’
Kind 3: ‘Nee hè, ik lust geen linzen!! Wat zijn dat eigenlijk?
Kind 4: ‘Is het eten al klaar, ik heb honger.’ Na een blik in de pan: O… nu niet meer.’

Zucht. En dan zeggen ze dat je er zoveel voor terug krijgt… 😂🤣

Maar toen ze uiteindelijk toch allemaal aan tafel zaten gingen alle kommen leeg. Toch best wel lekker… De jongste vroeg zelfs of ik een kommetje voor haar wilde bewaren voor morgen. Dus zo zie je maar, NOOIT opgeven!

Het recept voor deze lekkere linzensoep komt van Jumbo en je maakt hem zo:

Wat heb je nodig:

300 gram rode linzen, afgespoeld
1.5 cm gember, geschild en geraspt
1 grote ui, gesnipperd
2 tl kerriepoeder
2 tl komijnpoeder
2 tl korianderpoeder
1.5 tl zwarte peper
1 grote zoete aardappel, in blokjes
2 winterwortels, in blokjes
3 grote tomaten, in stukjes
1 bouillonblokje
400 ml kokosmelk 6%, Jumbo
olijfolie
1.5 l water

Verhit de olie in een soeppan en fruit de ui twee minuten. Zet het vuur laag en voeg de kruiden toe. Bak even mee. Doe de groenten erbij en bak vier minuten. Doe het bouillonblokje en 1.5 liter water in de pan en breng alles aan de kook. Voeg de linzen toe en laat 15 minuten zachtjes koken onder af en toe roeren. Pureer de soep met de staafmixer, doe de kokosmelk erbij en laat even doorwarmen, niet meer laten koken.

‘Ik lust maar één soort groente, hoor!’

Bij de nascholing waar ik afgelopen vrijdag was, werd ook gesproken over het begeleiden van kinderen die bezig zijn met sporten of het veranderen van hun eetgewoonten. Want waar het voor volwassenen soms al een uitdaging kan zijn hierbij steeds gemotiveerd te blijven, is het dat voor kinderen nog meer.
 
Door bij kinderen vooral op een speelse manier te werken, met veel positieve aandacht en met gebruik van creatieve vormen, word het voor hen leuk om aan deze doelen te werken en raken ze gemotiveerd. Een voorbeeld hiervan uit mijn praktijk, die ik van deze tienjarige topper mag laten zien:
 
Dit meisje heeft als doel, meer groenten te gaan eten en uit te proberen. Maar ‘dat werd wel een probleem’, zei ze bij voorbaat, ‘want ze lustte maar één soort groente.’ Door dit uitgangspunt was het gezin in een dagelijkse strijd aan tafel terecht gekomen.
 
Samen zijn we creatief aan de slag gegaan. Ze bedacht eerst, met behulp van afbeeldingen en wat hulp van haar moeder en mij, welke groenten er allemaal zijn. Toen vroeg ik haar, welke groente ze daarvan zou durven proeven en welke nog niet.
 
Alle plaatjes werden bekeken en beoordeeld: ‘die groente kende ze wel, mwah, dat kon ze weleens proberen.’’ O, die groente vond ze echt vies; nog maar even niet.’ Ieder plaatje kreeg een plek op de lijst onder de juiste rij. Uiteindelijk waren beide rijen even lang. Door het visueel te maken, bleek het nog wel mee te vallen, dus!
 
Op de foto zie je de poster die ze heeft gemaakt, dit is slechts deel één, ze had zoveel soorten groenten bedacht dat niet alles op één A-viertje paste. Maar ze zou gaan starten met het eerste papier. Ze ging naar huis met haar lijst en een stapel recepten om uit te proberen.
 
Binnen één consult was haar gevoel omgeslagen van zeer sceptisch naar enthousiast. Móói om te zien hoe het werkt!

Energydrink voor stoere jongens

‘Als ik later groot ben, kan ik ook weleens een blikje Red Bull nemen.’ Mijn zoon van 9 jaar zit hardop te mijmeren terwijl hij televisie kijkt. Op het scherm vliegen de Formule 1 wagens voorbij. Ze rijden de kwalificatie voor de race van morgen. Grote held Max Verstappen is net weer door het beeld gekomen en heeft opnieuw indruk gemaakt. Blijkbaar kun je met Red Bull echt racen. Het is in ieder geval stoer, iets voor grote stoere jongens waar je tegenop kijkt als 9-jarige. En, helemaal tof, je kan die blikjes gewoon in de supermarkt kopen! Dus de plannen liggen klaar..


Ik zie ze iedere dag de winkel inkomen als ik met mijn kar door de paden loop: pubers van een jaar of 13, 14, groepen jongens die in de pauze snel naar de supermarkt fietsen en daar hun dagelijkse boodschap doen: een zak paprikachips, een croissantje en een blikje energydrink. De rugzakken liggen op de inpakbalie te wachten want die mogen niet mee de winkel in, de eigenaren ervan worden met argusogen in de gaten gehouden door het personeel, maar de boodschappen mogen gewoon mee. Het is immers geen alcohol maar ‘slechts’ energydrink.
En dat hoort gewoon bij die pubers. Toch?

Troep

Energydrink, er is veel over te doen. Waarom? Veel jongeren drinken weleens (of veel vaker) een blikje. Ze gebruiken het als oppepper, omdat ze het lekker vinden of omdat je leuker overkomt met zo’n blikje in je hand. Maar het is niet zonder gevaar. Afgelopen maand nog werd bekend dat een Amerikaanse tiener overleed na het drinken van twee blikjes energydrink en een kop koffie. Zijn hart kon de cafeïne niet aan, een belangrijk ingrediënt van energydrink. Daarnaast zit er ook vaak taurine en glucurono-lacton in, twee andere opwekkende stoffen. En bergen suiker.

Cafeïne

Cafeïne kan vermoeidheid verdrijven en concentratie verbeteren. Teveel cafeïne kan juist nadelige effecten hebben, zoals rusteloosheid, angstgevoelens, hoofdpijn en slaapproblemen. Uit recent onderzoek van het Trimbos-instituut en het Voedingscentrum blijkt dat een kwart van de kinderen op de basisschool al weleens energydrink heeft gedronken. Dus mijn zoon hoeft misschien niet eens zo lang te wachten, blijkbaar is het voor kinderen in groep 8 al redelijk normaal af en toe zo’n blikje naar binnen te klokken. Ik merk dat het me woedend maakt, te zien hoe mijn argeloze kind (en met hem alle anderen) met open ogen in deze massale verleidingstruc trapt.

Slechte ervaringen

Het onderzoek van het Voedingscentrum laat zien, dat 66% van de jongeren niet zulke goede ervaringen heeft met het drinken van energydrink. Een druk en hyperactief gevoel, slaapproblemen en vermoeidheid worden gemeld. De aanbevolen maximale inname van cafeïne bij kinderen zou dan ook niet meer dan 2,5 mg /kilo lichaamsgewicht per dag mogen zijn. Dit is 50 gram voor een kind van 20 kg en 100 mg voor een kind van 40 kg per dag. Let op: een blikje energydrink bevat 80 mg, net zoveel als een kopje koffie.

Omdat er nog veel onduidelijk is over het effect van cafeïne op jonge leeftijd, is het advies van het Voedingscentrum om kinderen onder 13 jaar helemaal geen producten te geven die cafeïnerijk zijn. Jongeren tussen 13 en 18 jaar wordt een beperking van maximaal één cafeïnerijke consumptie per dag aangeraden.

Hoe kun je je kind helpen?

* Op jongere leeftijd staan kinderen meer open voor onderbouwing dan wanneer ze al aan het puberen geslagen zijn. Maak hier gebruik van als je deze kans nog hebt.
*Leg uit dat er in energydrink cafeïne zit, hoe dat werkt en wat de bijwerkingen kunnen zijn.
*Vertel dat cafeïne gevaarlijk kan zijn voor kinderen en dat we nog niet alles precies weten over de effecten bij kinderen.
*Leg uit dat ook de andere stoffen in deze drankjes niet gezond zijn, dat je er geen energie van krijgt maar er juist moe van wordt en dat je er een vervelend gevoel van kunt krijgen.
*Motiveer je kind om te staan voor zijn eigen mening en geef een groot compliment als hij bestand blijkt te zijn en te blijven tegen groepsdruk. Dat is pas stoer!
Bronnen: www.voedingscentrum.nl |www.rtlnieuws.nl

Eten in een pretpark

Dat was best even afzien, vanmorgen die wekker zo vroeg. Na vijf dagen heerlijke vrijheid rondom Hemelvaartsdag moesten we er weer aan geloven; de schoolbanken wachten weer. Voor mijn oudste, die uit ligt te rusten van de drukke examenperiode, niet meer, maar voor de anderen rinkelde de wekker onverbiddelijk op een veel te vroeg tijdstip.

Vandaag deels binnen moeten zitten lokte hen nou niet bepaald aan met deze temperatuur, maar niets aan te doen. We gaan weer verder met de laatste periode tot aan de zomervakantie, die in deze regio nog maar 6 weken ver is. Een periode die ook nog voortdurend onderbroken wordt door vrije dagen, studiedagen of feestdagen. Wat gaat zo’n schooljaar toch altijd snel, juist door al die onderbrekingen. Je leeft eigenlijk van vakantie naar vakantie.

In al die vrije weken heb je misschien ook wel de gewoonte om met je gezin een pretpark of (binnen)speeltuin te bezoeken of een ander kinderuitje te organiseren. Ik vind het dan altijd zo lastig om te bepalen wat je doet met eten op zo’n dag. In die parken is het aanbod ‘lekker en gezond’ vaak niet of summier te krijgen. Wanneer je niet wilt lopen slepen met belegde, van huis meegebrachte broodjes, is de keuze voor een frietje nauwelijks te vermijden.

Je kunt ook denken: zo’n dagje uit, daar hoort gewoon een frietje of hamburger bij. Daar is natuurlijk ook niets mis mee op zijn tijd, maar ik merk zelf bij mijn kinderen dat ze wel heel vaak iets hebben waar ongezond eten ‘bij hoort’; een kinderfeestje, schoolreis of kamp. De patatjes stapelen zich op, zeg maar… Vorig jaar waren wij in een binnenspeeltuin. Toen viel me ook daar op, wat een troep er eigenlijk te koop is voor ze. Die kantine puilde uit van het felgekleurde snoep, de frituurwalm kwam je tegemoet en de kannen limonade vlogen over de toonbank. Ik schreef er toen deze blog over.

Ik verbaas me er echt over: er is zoveel aandacht voor ‘bewuster voeden’ van kinderen momenteel: minder suiker in de drinkpakjes, fruit eten op scholen, beter kijken naar de etiketten. Waarom blijven deze kinderparadijzen dan achter? Wat is er bijvoorbeeld  mis met een kan water, eventueel naast die kan limonade? Zodat je die kids niet totaal hyper of juist lusteloos van alle suiker moet meenemen na afloop?

Een tosti van bruin brood in plaats van een broodje knakworst,  fruitspiesjes in plaats van een muur met snoep, een gezonde lunchbox in plaats van een happy meal? Zomaar wat ideeën die bij me opkomen. Er zijn vast zat cateringbedrijven te vinden die hun naam willen verbinden aan gezond en lekker eten voor kinderen. En dat frietje, dat mag ook blijven. Als we maar wat te kiezen hebben.

Wat vind jij? Ben je het hiermee eens  of vind je juist dat een dagje uit niet compleet is zonder lekker snacken?

Wat zeg je tegen je kind over zijn of haar gewicht?

In dit artikel kies ik voor de leesbaarheid voor de hij-vorm wanneer ik ‘het kind’ bedoel; waar ‘hij’ staat kun je ook ‘zij’ lezen.

Stel: je zoon of dochter is wat aan de zware kant. Hijzelf ziet dat niet als een probleem, maar jij maakt je toch wat zorgen: moet er niet iets gedaan worden? Hoe pakken we dat dan aan? En: hoe bespreek ik het met mijn kind?

In onze maatschappij krijg je met een hoger gewicht dan ‘gemiddeld’ regelmatig verschillende reacties en opmerkingen (goedbedoeld of niet) te verduren. Het kan variëren van ‘goede raad’ tot rechtstreekse pesterijen. Ook onder kinderen wordt overgewicht vaak aangegrepen om iemand uit te schelden, buiten te sluiten of te pesten. Dat is natuurlijk totaal onaanvaardbaar en veroorzaakt bij veel kinderen een laag zelfbeeld of het gevoel minder waardevol te zijn dan andere kinderen. Hier kan een kind ook in zijn verdere leven mee blijven worstelen. Een hekel hebben aan je lichaam, weinig zelfvertrouwen hebben, altijd maar anderen willen ‘pleasen’; alleen maar narigheid.

Positief benaderen

Het is daarom extreem belangrijk om als ouder (en ook als leerkracht) een kind wel positief te benaderen en te benadrukken waarom het kind goed is zoals hij is. Vertel wat je ziet, waar hij goed in is en hoe hem dat uniek maakt. Probeer daarbij ook weer niet te overdrijven, kinderen  prikken daar snel doorheen en we willen ook geen prinsjes creëren die denken dat de wereld alleen om hen draait. De middenweg is daarom de juiste: je bent uniek en van grote waarde, net als ieder ander. Zijn gewicht is hierbij niet relevant.

Toch maak je je misschien wel zorgen over het gewicht van je kind. Over de toekomst, bijvoorbeeld. Of misschien heeft hij nu ook moeite met bewegen, is snel moe en buiten adem. Het kan lastig zijn om altijd te moeten zoeken naar leuke kleding. Een kind dat zelf niet gelukkig is met zijn gewicht geeft dit vaak zelf aan. Maar hoe ga je ermee om als je kind zelf geen moeite lijkt te hebben met zijn (over)gewicht, maar hier wel op moet letten? Toch maar zeggen dat je hem te dik vindt en dat hij weleens wat zou mogen afvallen?

Goed voor je lichaam zorgen

Nee. Door het zo te zeggen leg je alleen de nadruk op zijn uiterlijk en geef je aan dat hij afwijkt van anderen in negatieve zin. Niet echt het gevoel dat je een kind wilt geven…  Het kan onzekerheid oproepen, ‘ben ik dan echt zo dik, vinden mensen mij lelijk?’ Zeker bij kinderen die tegen of in de puberteit aan zitten kan dit ervoor zorgen dat ze streng gaan lijnen om aan een ideaalbeeld te voldoen. Hierin doorslaan of een eetstoornis ontwikkelen is dan een reëel risico.

Bespreek daarom met een kind waarom het goed zou zijn als hij en jullie wat meer zouden gaan opletten. Wat is er belangrijk? Je lichaam heeft goede brandstof nodig om alles te kunnen doen. Voldoende en goed eten is dus nodig. Maar teveel brandstof weer niet en dat komt meestal uit de ‘extraatjes’ zoals koek, limonade of chips. Dat teveel aan brandstof kan je lichaam niet verwerken en daarom wordt het opgeslagen. Zo wordt je dus zwaarder. Ook een wekelijkse patatdag is daarom geen goed idee. Af en toe een keer patat eten kan wel, maar iedere week is te vaak.

Je kind kan het hier in eerste instantie totaal niet mee eens zijn. Geef dan aan wat gezonder eten hem oplevert. Fitter zijn, je lekker voelen, of minder vaak ziek zijn bijvoorbeeld. Naast opletten met eten gaan jullie ook meer bewegen. Gewoon, omdat je goed voor je lichaam wilt zorgen. En omdat het gezellig is om als gezin samen dingen te ondernemen. Verzin een paar leuke uitjes waarbij flink bewogen wordt en laat je kind ook mee bedenken.

Leg dus niet de nadruk op het gewicht of op afvallen, maar wel op gezond leven en goed zorgen voor je lichaam.

Pesten aanpakken

En dan het pesten nog… Wanneer je kind hiermee te maken heeft, neem dit dan heel serieus. Pesten (op welke manier dan ook) moet worden aangepakt. Het kan je als ouder woedend maken om te horen wat je kind allemaal te verduren heeft. Dit zorgt weer voor jouw boze reactie, uit onmacht. ‘Zelf zou je wel weten wat je met die pesters zou doen…’ Je helpt je kind hier niet mee. Met de raad om iets terug te zeggen of om het pesten juist te negeren kan je kind niets, als hij dat niet durft. Het kan er zelfs voor zorgen dat hij uit angst voor jouw reactie maar besluit niets meer te vertellen. Terwijl het kunnen vertellen juist zo belangrijk is…

Je kind heeft het nodig dat jij voor hem opkomt. Ga praten op school en bespreek wat jullie nodig hebben. Hoe kan de school begeleiden? Dit probleem speelt op school, een plek waar ieder kind zich veilig hoort te voelen.  De school is hiervoor verantwoordelijk en zou daarom  een anti-pestprogramma moeten hebben. Geef aan dat je verwacht dat de school actief beleid heeft en dat je pesten niet accepteert. Blijf hierbij respectvol maar wel duidelijk. Een klas moet worden aangeleerd dat iedereen in de klas wordt geaccepteerd zoals hij is. Overleg regelmatig met de leerkracht van je kind wat er wordt gedaan en vraag na bij je kind of het helpt. Houd het gesprek hierover gaande, ook als het beter lijkt te gaan.

 

Je kind en groente eten; 7 ‘smaakvolle’ tips voor succes

Je kunt er soms moedeloos van worden: waarom eet je kind toch zo slecht? Zodra het eten dat je hem of haar voorschotelt ook maar neigt naar gezond, gaan de kiezen op elkaar. En zeker groente delft vaak het onderspit want: het ‘ruikt vies’, ‘ziet er gek uit‘, of grote broer eet het ook niet, dus kan het niet anders dan oneetbaar zijn. Als ouder wil je graag dat je kind een beetje gezellig mee-eet aan tafel en voldoende goede voedingsstoffen binnenkrijgt. Maar hoe pak je dat nu aan met die groente?

 

Smaakontwikkeling

Om het eetgedrag van kinderen meer te begrijpen is het goed om wat meer te weten over de smaakontwikkeling. Wist je dat die al voor de geboorte begint? Een ongeboren baby eet mee met zijn moeder; alle voedingsstoffen die hij of zij binnenkrijgt, komen via de placenta en de navelstreng uit de voeding van de moeder. Het is dus heel belangrijk om goed te eten tijdens de zwangerschap; uit onderzoek blijkt steeds duidelijker dat de latere gezondheid voor een groot deel beïnvloed wordt door de voedingsstoffen die je al voor je geboorte binnenkrijgt. Het is dan ook een groot voordeel om weinig last hebben van zwangerschapsmisselijkheid…

Voor de geboorte

De voeding van de baby verloopt dus via het bloed. Maar doordat een baby ook regelmatig kleine beetjes vruchtwater inslikt, went hij of zij ook al aan verschillende smaken. Het vruchtwater verandert namelijk steeds van smaak, dit wordt bepaald door wat de moeder eet. Vanaf de 12e week van de zwangerschap zijn er al smaakpapillen aanwezig in het mondje van de baby. Als de moeder dus gevarieerd eet, went de baby al aan verschillende smaken. Hij of zij kent al voor de geboorte het verschil tussen zoet, bitter en zuur.

Vlak na de geboorte heeft een baby duizenden smaakpapillen. Deze hoeveelheid neemt snel af; als een kind 10 jaar is, is het aantal gehalveerd en op 30-jarige leeftijd heb je nog maar zo’n 250 smaakpapillen over. Niet zo gek dus dat een kind heel gevoelig is voor smaken!

‘Smaakvolle’ tips om je kind te helpen met die groente

  1. Kinderen ervaren een smaak een stuk intenser dan volwassenen. Dit zorgt ervoor, dat het wennen aan die smaak ook langer duurt. Een nieuwe smaak moet vaak wel 15 keer geproefd worden voordat een kind eraan gewend is. Het is dus niet: ‘ik lust het niet,’ maar ‘ik ben er nog niet aan gewend.’ Zet die groente dan ook eerst maar eens 15 keer op tafel en laat iedere keer proeven.
  2. Geef het goede voorbeeld: als papa en mama, broer of zus laten zien dat ze het eten lekker vinden, nodigt dat uit het ook te proberen. Jonge kinderen leren het meest van imiteren en dingen nadoen.
  3. Het is belangrijk je ervan bewust te zijn hoe je je kind benadert. Als een kind steeds gemopper hoort omdat hij niet wil eten, wordt het maaltijdmoment heel beladen voor hem. Hij zal de maaltijd met spanning tegemoet gaan zien. Want dat is blijkbaar een moment waarop hij iets niet goed doet en er op hem gemopperd wordt. Je herkent het misschien wel: als je gespannen bent, heeft dat effect op je eetlust, je krijgt ‘geen hap meer door je keel’. Dat geldt ook voor je kind. Probeer je kind positief te benaderen, al is dat soms moeilijk…
  4. Dring geen eten op. Als je een paar keer een hapje hebt aangeboden maar je kind weigert alles, haal dan na een kwartier het bord weg. Een kwartier, hooguit 20 minuten is lang genoeg voor een jong kind om aan tafel te zitten. Volgende keer beter.
  5. Het kan zijn dat je kind snel na de maaltijd aangeeft dat hij honger heeft. Logisch, hij heeft amper iets gegeten. Trap niet in de valkuil om dan maar een boterham of zoiets te geven, vanuit het idee dat hij ‘toch iets moet eten.’ Je kind heeft dat heel snel door: ‘als ik dit niet wil, krijg ik zo wel iets anders’, en zal daar gewoon op wachten.
  6. Geef wel gewoon een toetje als jullie dat gewend zijn. Gebruik eten niet om te straffen of belonen, daar is het niet voor. Met een toetje als beloning laat je je kind denken dat groente vies is en een toetje lekker, en dat je wel een beloning verdient als je die ‘vieze’ groente heb opgegeten.
  7. Bied groente eens aan in een andere vorm of anders bereid: gekookte worteltjes niet lekker? Dan misschien wel geraspt in een salade met rozijntjes. Of als kruidig soepje. Wees creatief, meerdere kleuren op het bordje doen het vaak goed. Geef kleine porties. En het bord hoeft niet leeg. Als er maar geproefd wordt!

Door van alles te proeven went het kind aan allerlei nieuwe smaken en zal hij langzaam maar zeker steeds meer gaan lusten. En dat is natuurlijk fijn en handig als hij straks volwassen is!

Opvoedvraag in Jente beantwoord: ‘Wat doe je als je kind niet (gezond) wil eten?’

28-02-2017

Het tijdschrift Jente vroeg mij een opvoedvraag te beantwoorden: ‘Wat doe je als je kind niet (gezond) wil eten?’ Mijn antwoord staat in Jente 26.

Bijna iedere ouder kent de situatie: je kind wil niet eten. Soms is een griepje of spanning door bijvoorbeeld een verjaardag de reden. Maar veel kinderen bekijken hun bord langere tijd zeer kritisch. Lastig en frustrerend voor jou als ouder; je wilt immers graag dat je kind gezond eet.

Een aantal tips en ideeën voor meer gezelligheid aan tafel :

  • Peuters zeggen soms tegen alles ‘nee’,  dus ook tegen eten. Deze fase gaat vanzelf over.
  • Bied kleine, gevarieerde porties aan. Een berg eten voor je neus kan demotiverend werken.
  • Negeer negatief gedrag en geef een complimentje als je kind wel eet. Als je zoon of dochter steeds gemopper hoort, levert dat zenuwen op.  Wég eetlust.
  • Jonge kinderen zijn tegen zes uur ’s middags vaak al te moe om te eten. Een half uurtje eerder aan tafel kan de oplossing zijn.
  • Bied je peuter wat hapjes aan, maar dring geen eten op en haal na 20 minuten het bordje weg. Dat is lang genoeg om aan tafel te zitten.
  • Bij kleuters en oudere kinderen werkt uitdaging vaak goed. Maak er een spannend smaakavontuur van; vertel dat jullie steeds drie nieuwe hapjes gaan proeven.  Meer hoeft niet, maar mag wel. Welk cijfer krijgt dit eten?
  • Geef geen vervanging voor het warme eten, je kind zal die boterham gaan verwachten.
  • Bied groenten eens anders aan: zijn gekookte worteltjes geen succes? Dan misschien wel geraspt in een salade met rozijntjes.
  • Geef het toetje als onderdeel van de maaltijd en niet als ‘beloning’. Zo vies zijn die groenten toch niet?
  • Betrek je kind bij de voorbereiding. Peuters houden van samen boodschappen doen, tomaatjes wassen, boontjes breken. Kleuters kunnen al heel goed afwegen, beslag kloppen en kaas over de ovenschotel strooien. Oudere kinderen eten beter van hun zelfgemaakte creaties.

Welk zelfbeeld heb jij?

6-10-2016
door: Chantal

parel

Afgelopen week was in het nieuws dat 40% van de jonge Engelse meisjes zichzelf te dik vindt. Het was de uitslag van een onderzoek dat gehouden is onder meisjes in de leeftijd van 7 tot 10 jaar. Ik schrok ervan: dus bijna de helft van de meisjes jonger dan 10 jaar loopt al rond met dit gevoel. Velen van hen voelen de druk om perfect te moeten zijn en hebben een laag zelfbeeld omdat ze hun lichaam niet mooi vinden. Ook op volwassen leeftijd kan dit spelen. In mijn praktijk komt het regelmatig aan de orde in gesprekken.

Het kan moeilijk zijn om blij te zijn met jezelf en hoe je er uitziet. De spiegel confronteert je iedere dag genadeloos met dat vetrolletje, die rimpels of misschien wel die eerste grijze haren (ja, herkenning hier!).

Het  begint al jong: in de prepuberteit wordt een meisje zich bewust van hoe ze overkomt op anderen en begint het grote vergelijken: vriendinnen zien er allemaal stukken beter uit dan jij. Ze dragen mooiere kleren, hebben langere haren en rechtere tanden. Op deze leeftijd worden ook lichaamsbouw en ontwikkeling heel belangrijk. Wanneer jij steviger gebouwd bent dan je vriendinnen, voel je jezelf al snel te dik. En wanneer je ook echt zwaarder bent dan de anderen in je klas, dan kan dat grote invloed hebben op je zelfbeeld.

Veel kinderen worden gepest met hun gewicht. Omdat ze onzeker overkomen lijken ze uit te stralen ‘pest mij maar’. Dat pesten is een groot probleem. Want naast het feit dat je als kind vaak niet goed weet hoe je moet reageren om het pesten te laten stoppen en de angst die het pesten oproept, bevestigt het ook opnieuw het gevoel dat het meisje heeft over zichzelf; ‘zie je wel, anderen vinden ook dat ik veel te dik ben.’ De vicieuze cirkel dus.

Ervaringen uit je jeugd neem je mee je leven in. Veel volwassenen kampen met de gevolgen van pesterijen van vroeger en horen de scheldwoorden nog dagelijks in hun hoofd als ze in de spiegel kijken. Daarom is het zo belangrijk om al op jonge leeftijd een positief zelfbeeld te ontwikkelen.

Hoe help je een kind daarmee?
Door haar vooral te laten horen waar ze goed in is. Dat kan een vak zijn op school, of een hobby als tekenen of zingen. Het kan zijn dat ze altijd zo zorgzaam en lief is voor haar broertje.  Of dat ze een mooie vlecht heeft. Door dit soort dingen te zeggen (waarbij je niet moet overdrijven, om het ook echt en gemeend te laten klinken), bevestig je je dochter in het besef dat ze uniek en waardevol is.

Daarnaast is het ook belangrijk goed te observeren: is het haar eigen idee dat ze te dik is, of is ze echt wat te zwaar? Belemmert haar gewicht haar in het dagelijks leven, is ze snel moe of buiten adem, heeft ze moeite met gym of sporten, eet ze eenzijdig, te veel of juist te weinig? Het is dan voor haar gezondheid van nu en later van belang hiermee samen aan de slag te gaan.

Zet een kind nooit op dieet, ze is in de groei en heeft voldoende voedingsstoffen nodig. Geef haar voldoende en gezonde  basisvoeding en wees matig met snoep en frisdrank. Als je het moeilijk vindt jullie eetpatroon op eigen houtje aan te passen, vraag dan advies aan een diëtist of gewichtsconsulent met specialisatie voor kinderen.

Je zelfbeeld is heel belangrijk voor hoe je in het leven staat. Dat geldt voor kinderen, maar voor volwassenen net zo goed. Wanneer je jezelf de moeite waard vindt, wil je ook goed voor jezelf zorgen. Je voeding hoort daarbij. Een beetje nadenken over wat je eet en drinkt en hoe dat je lichaam helpt om goed te presteren en lekker te leven.  Een passend gewicht, een fit gevoel en lekkerder in je vel zitten zijn het gevolg.

Geen dagelijkse oorlog meer met je lichaam, maar acceptatie en een glimlach voor jezelf!

Verboden limonade te drinken?

23-06-2016
door: Chantal

Het bericht dat ik eergisteren deelde op Facebook, over het limonadeverbod op basisscholen, is door veel mensen gezien (bijna 3000). Het roept veel reacties op. Dat was natuurlijk ook een beetje mijn bedoeling ;).

Veel ouders vinden dat de school van hun kind niet mag bepalen wat zij het kind aan eten en drinken meegeven naar school. Er wordt gezegd, dat de school zich moet richten op goed leren rekenen en schrijven, en dat eten en drinken de verantwoordelijkheid van de ouders is. En natuurlijk is dat zo. Maar weet je waarom ik het toch een goed idee vind dat de scholen een duidelijk voedingsbeleid hebben?

Stel je voor: je dochter of zoon krijgt een beker limonade mee naar school voor het tienuurtje. Tussen de middag een pakje yokidrink, want melk is met dit warme weer niet goed te houden en wie lust er nu lauwe melk? Dan, uit school, krijgt je kind een glaasje appelsap. Aan het eind van de middag, als je zoon of dochter lekker buiten heeft gespeeld met een vriendje, maar het wel ‘héél warm heeft gekregen’, zwicht je voor de smekende blikken en deel je waterijsjes uit.

Op deze dag heeft je kind ongeveer 20 suikerklontjes binnen gekregen. TWINTIG. Alleen uit drinken. Onvoorstelbaar veel, toch? En ik heb het dan nog niet eens gehad over snoep, koek, fruit en zoet broodbeleg. Nog (veel) meer suiker dus. Veel ouders beseffen dit niet.

Als er duidelijke afspraken en regels zijn op school over eten, drinken en trakteren en de school daar actief mee omgaat, dus ouders aanspreekt, dan is dat voor iedereen duidelijk. Dit voedingsbeleid moet dan natuurlijk wel worden uitgelegd en duidelijk aangegeven op de website, in de nieuwsbrief, enzovoort. Een halfslachtig advies als: ‘liever niet op snoep trakteren’ wordt door veel ouders niet serieus genomen.

Scholen spelen een grote rol in de opvoeding van onze kinderen. Ze brengen er een groot deel van de dag door. De ouders blijven eindverantwoordelijk natuurlijk. Maar ik vind het een plicht voor scholen dat ze de gezondheid van kinderen hoog op de agenda hebben staan.
12019847_761288537334060_3281440865269847751_n

Junkfood en de ballenbak

ballenbak

Heerlijk, meivakantie! Voor mij een weekje geen consulten of afspraken, maar extra tijd voor het uitwerken van nieuwe plannen, klussen in en om het huis en leuke dingen doen met de kinderen.

Vanmorgen was ik met de jongste twee in een binnenspeeltuin. Dat vinden ze altijd zo leuk, lekker uitleven en druk spelen.Ik zat daar aan een tafel achter een cappucinootje de kantine eens te bekijken. En het viel me (weer) op, wat een mager (lees:beperkt) aanbod daar is. Vette koeken, snoep, chips en ijs. Frisdrank of limonade. En natuurlijk friet, kipnuggets of frikadellen. Dat is het. Meer keuze is er niet.

Als je naar zo’n speeltuin toe gaat, word je niet geacht zelf eten en drinken mee te nemen. Sterker nog, het is verboden. Dus willen je kids wat drinken (want: enorme dorst door al dat rennen), dan zet je snel een kan (mierzoete) limonade op tafel. En daar willen ze natuurlijk ook wat te snoepen bij.

Ik vind het lastig. Want natuurlijk wil ik ze alles geven. Maar is het slim? Heeft zo’n speeltuin daar ook geen verantwoordelijkheid in? Als je om je heen kijkt, lopen er zo veel (te) stevige kinderen rond. Wat nu, als je ze in zo’n aantrekkelijke kantine eens zou verleiden met tosti’s van bruin brood, een bakje met gemengd fruit, melk uit een leuk bekertje? Of gewoon kannen met water?