De meest gestelde vraag: ‘Heb jij zelf ook overgewicht gehad?’


De vraag die mij het meest gesteld wordt is: heb jij zelf ook overgewicht gehad? Hij wordt op verschillende manieren gesteld, maar altijd als ik met ja antwoord, reageren mensen met:
‘O gelukkig, dan weet je waar je het over hebt. Iemand die slank is heeft altijd zo makkelijk praten.’

Ik kan me voorstellen dat er zo wordt gedacht. Als je al jaren strijd voert met je weegschaal, al van alles hebt geprobeerd om af te vallen, maar het nog niet blijvend is gelukt en de één of andere ‘magere spriet’ komt je even vertellen hoe je het wel kunt doen, dan denk je toch ook:
ga toch weg!

Daarom lijkt het me goed je wat meer te vertellen over mezelf. Want ten eerste: een magere spriet ben ik niet. Daar kunnen we het over eens zijn 🙂 . Maar ik hoor wel vaak dat mensen mij ‘zo slank’ vinden. Zeker als mensen mij van vroeger kennen en me na jaren weer tegenkomen. Maar ook cliënten zeggen het regelmatig. Het gekke is:  zo voelt het niet. Ik heb ook die bepaalde lichaamsdelen waarvan ik denk: noouuu… dat zou ik best anders willen!! Enne… het wordt ook allemaal zo slapjes, hè, vanaf een bepaalde leeftijd..! Niet tegenop te sporten gewoon. Zo irritant.

Hoe het was

Ik neem je even mee naar 7 jaar geleden. Ik woonde toen in een klein dorp en zorgde voor mijn kids (tussen 1 en 11 jaar oud op dat moment). Ik  had vier ‘loodzware’ zwangerschappen achter de rug (want hé, 2x 8 ½,  1x 9 en 1x 10 pond gaat je niet in de koude positiekleren zitten) en was een kilo of tien, vijftien zwaarder dan nu. Ik sportte niet, deed buiten de loopjes naar school en supermarkt en het huishouden niets aan beweging en zat veel op de bank, waar ik ’s avonds vaak ook direct in slaap viel zodra de kinderen op bed lagen. Ik was moe, had overal pijntjes en hoe ik at… Dat durf ik bijna niet te vertellen. Maar ik heb het hieronder toch maar opgeschreven…

Deze foto is van wat jaren eerder dan de periode die ik beschrijf. Maar dan heb je een beeld van hoe ik er toen uitzag.

Ik dronk nauwelijks water want dat vond ik niet zo lekker. Als ik dorst had, dronk ik sinaasappelsap gemixt met appelsap, Orangina of Dubbel Friss. Ook dronk ik meer koffie dan nu, eerst met suiker en melk en later alleen met koffiecreamer, dat zoals nu bekend is voor meer dan de helft uit suiker bestaat. Bij ieder kopje koffie hoorde een koekje. Dat hoorde zo, was gezellig.

Ik ontbeet met brood met zoet beleg (vaak hagelslag) of cruesli met yoghurt. Tussen de middag ook brood met kaas, worst of nog meer hagelslag. Bij het avondeten letten we (man en ik) wel op dat er vaak groente werd gegeten. Maar niet iedere dag en zeker niet zoveel als nu. Veel pasta’s, veel kaas, iedere week patat.  Uit de frituurpan, want een Airfryer, daar had niemand nog van gehoord.

’s Avonds koffie met koek, een frisje en een chipje. Mijn quilty pleasure was (en is): giraffenootjes van de Aldi. Ken je die? Heerlijk! Ik at ze vaak. Nog steeds regelmatig, trouwens. Maar voor de rest is er veel veranderd.

Fitgirl?!

Het feit, dat ik te zwaar was en me niet goed voelde, begon me steeds ‘zwaarder te vallen.’ Ik ging meer op mijn eten letten en ging op zoek naar een sport die ik zou kunnen doen ondanks mijn lichamelijke klachten. Ik merkte dat ik hierdoor beter in mijn vel kwam te zitten. In die periode besloot ik weer een opleiding te gaan volgen, om, met straks alle kinderen op school, weer aan het werk te gaan. Door mijn goede resultaten op de weegschaal (eindelijk, ik had al zoveel diëten gevolgd zonder resultaat) trok de opleiding tot gewichtsconsulent me aan.
Ik leerde zoveel over gezond eten en leven, wat ik natuurlijk op mezelf uitprobeerde. Ik paste mijn leefstijl nu voor het eerst blijvend aan, in plaats van een tijdelijke oplossing te kiezen.

En dat maakte het verschil

Voordat je nu denkt, ik stop maar eens met lezen want nu komt het fitgirl praatje. Dat ze nu verslaafd is aan bootcamp in het bos om 6 uur ’s ochtends en alleen nog maar gelukzalig op een worteltje zit te knagen… lees gerust verder want dat is niet zo. Ik houd nog steeds van lekker eten (maar wel een stuk gezonder), heb een 42-jarig ‘moederlijf’ dat weliswaar aardig fit is maar toch redelijk veel sporen en onvolmaaktheden vertoont en ik trek heus niet altijd met een blij hoofd mijn sportschoenen aan. Nee, soms dus gewoon met dikke tegenzin. Maar het hoort bij mijn leven nu. Net als mijn bed uit komen ‘s ochtends. Boodschappen halen. Of de was doen. En als ik dan weer geweest ben, dan weegt niets op tegen het gevoel achteraf. En dat krijg ik dan weer niet van die was strijken!

Het levert zoveel op. Minder moe zijn, vrolijker, bewegen zonder pijn, een spiegelbeeld dat teruglacht (ook niet altijd hoor), en vooral: een trots gevoel op mezelf, dat ik het toch maar doe.

Zorgen voor jezelf, dat je lichaam sterk is en bestand tegen de uitdagingen van elke dag, het is zo belangrijk. Zeker als je moeder bent en je eerste zorg automatisch uitgaat naar je bloedjes van kinderen. Dat hoort ook gewoon zo. Maar het gevaar is dat je zomaar voorbij kunt lopen aan je eigen zorg. Ik deed het jarenlang. En ook al ben ik nu ouder dan toen, ik voel me stukken jonger!