Wat zeg je tegen je kind over zijn of haar gewicht?

In dit artikel kies ik voor de leesbaarheid voor de hij-vorm wanneer ik ‘het kind’ bedoel; waar ‘hij’ staat kun je ook ‘zij’ lezen.

Stel: je zoon of dochter is wat aan de zware kant. Hijzelf ziet dat niet als een probleem, maar jij maakt je toch wat zorgen: moet er niet iets gedaan worden? Hoe pakken we dat dan aan? En: hoe bespreek ik het met mijn kind?

In onze maatschappij krijg je met een hoger gewicht dan ‘gemiddeld’ regelmatig verschillende reacties en opmerkingen (goedbedoeld of niet) te verduren. Het kan variëren van ‘goede raad’ tot rechtstreekse pesterijen. Ook onder kinderen wordt overgewicht vaak aangegrepen om iemand uit te schelden, buiten te sluiten of te pesten. Dat is natuurlijk totaal onaanvaardbaar en veroorzaakt bij veel kinderen een laag zelfbeeld of het gevoel minder waardevol te zijn dan andere kinderen. Hier kan een kind ook in zijn verdere leven mee blijven worstelen. Een hekel hebben aan je lichaam, weinig zelfvertrouwen hebben, altijd maar anderen willen ‘pleasen’; alleen maar narigheid.

Positief benaderen

Het is daarom extreem belangrijk om als ouder (en ook als leerkracht) een kind wel positief te benaderen en te benadrukken waarom het kind goed is zoals hij is. Vertel wat je ziet, waar hij goed in is en hoe hem dat uniek maakt. Probeer daarbij ook weer niet te overdrijven, kinderen  prikken daar snel doorheen en we willen ook geen prinsjes creëren die denken dat de wereld alleen om hen draait. De middenweg is daarom de juiste: je bent uniek en van grote waarde, net als ieder ander. Zijn gewicht is hierbij niet relevant.

Toch maak je je misschien wel zorgen over het gewicht van je kind. Over de toekomst, bijvoorbeeld. Of misschien heeft hij nu ook moeite met bewegen, is snel moe en buiten adem. Het kan lastig zijn om altijd te moeten zoeken naar leuke kleding. Een kind dat zelf niet gelukkig is met zijn gewicht geeft dit vaak zelf aan. Maar hoe ga je ermee om als je kind zelf geen moeite lijkt te hebben met zijn (over)gewicht, maar hier wel op moet letten? Toch maar zeggen dat je hem te dik vindt en dat hij weleens wat zou mogen afvallen?

Goed voor je lichaam zorgen

Nee. Door het zo te zeggen leg je alleen de nadruk op zijn uiterlijk en geef je aan dat hij afwijkt van anderen in negatieve zin. Niet echt het gevoel dat je een kind wilt geven…  Het kan onzekerheid oproepen, ‘ben ik dan echt zo dik, vinden mensen mij lelijk?’ Zeker bij kinderen die tegen of in de puberteit aan zitten kan dit ervoor zorgen dat ze streng gaan lijnen om aan een ideaalbeeld te voldoen. Hierin doorslaan of een eetstoornis ontwikkelen is dan een reëel risico.

Bespreek daarom met een kind waarom het goed zou zijn als hij en jullie wat meer zouden gaan opletten. Wat is er belangrijk? Je lichaam heeft goede brandstof nodig om alles te kunnen doen. Voldoende en goed eten is dus nodig. Maar teveel brandstof weer niet en dat komt meestal uit de ‘extraatjes’ zoals koek, limonade of chips. Dat teveel aan brandstof kan je lichaam niet verwerken en daarom wordt het opgeslagen. Zo wordt je dus zwaarder. Ook een wekelijkse patatdag is daarom geen goed idee. Af en toe een keer patat eten kan wel, maar iedere week is te vaak.

Je kind kan het hier in eerste instantie totaal niet mee eens zijn. Geef dan aan wat gezonder eten hem oplevert. Fitter zijn, je lekker voelen, of minder vaak ziek zijn bijvoorbeeld. Naast opletten met eten gaan jullie ook meer bewegen. Gewoon, omdat je goed voor je lichaam wilt zorgen. En omdat het gezellig is om als gezin samen dingen te ondernemen. Verzin een paar leuke uitjes waarbij flink bewogen wordt en laat je kind ook mee bedenken.

Leg dus niet de nadruk op het gewicht of op afvallen, maar wel op gezond leven en goed zorgen voor je lichaam.

Pesten aanpakken

En dan het pesten nog… Wanneer je kind hiermee te maken heeft, neem dit dan heel serieus. Pesten (op welke manier dan ook) moet worden aangepakt. Het kan je als ouder woedend maken om te horen wat je kind allemaal te verduren heeft. Dit zorgt weer voor jouw boze reactie, uit onmacht. ‘Zelf zou je wel weten wat je met die pesters zou doen…’ Je helpt je kind hier niet mee. Met de raad om iets terug te zeggen of om het pesten juist te negeren kan je kind niets, als hij dat niet durft. Het kan er zelfs voor zorgen dat hij uit angst voor jouw reactie maar besluit niets meer te vertellen. Terwijl het kunnen vertellen juist zo belangrijk is…

Je kind heeft het nodig dat jij voor hem opkomt. Ga praten op school en bespreek wat jullie nodig hebben. Hoe kan de school begeleiden? Dit probleem speelt op school, een plek waar ieder kind zich veilig hoort te voelen.  De school is hiervoor verantwoordelijk en zou daarom  een anti-pestprogramma moeten hebben. Geef aan dat je verwacht dat de school actief beleid heeft en dat je pesten niet accepteert. Blijf hierbij respectvol maar wel duidelijk. Een klas moet worden aangeleerd dat iedereen in de klas wordt geaccepteerd zoals hij is. Overleg regelmatig met de leerkracht van je kind wat er wordt gedaan en vraag na bij je kind of het helpt. Houd het gesprek hierover gaande, ook als het beter lijkt te gaan.